Di
22
08
2017

Penumaka Menselijk falen

 

Penumaka, In-depth investigations of PTW-car accidents caused by human failures

 

Penumaka et al bestudeerden de MAIDS database, op zoek naar ongevallen waarbij uitsluitend menselijk falen een rol speelde.  Hun doel was om zo de mogelijkheden van assistentie-systemen te evalueren; deze helpen bestuurder immers “menslijke fouten” te voorkomen of de gevolgen ervan te verminderen. Van de 921 ongevallen in de MAIDS database vonden ze er 245 die uitsluitend door menselijk falen waren ontstaan.

 

In hun studie vonden Penumaka et al een aantal typische voorbeelden van menselijk falen door auto- en motorrijders. Ze stellen een aantal tegenmaatregelen voor en bespreken hoe assistentiesystemen voor auto- en motorrijders zouden moeten worden ingericht om deze fouten te vermijden of de gevolgen ervan te verminderen.

 

In het volgende artikel beschrijven ze hun project:

Avinash P. Penumaka, Niccolò Baldanzani, Marco Pierini, Giovanni Savino, In-depth investigations of PTW-car accidents caused by human error, Elsevier Safety Science, Volume 68, October 2014

… een gratis kopie kan worden ingezien en gedownload op het account van Niccolò Baldanzani’s op de Rearchgate website

 

In de EU, tussen 2000 en 2009, zagen we een 42% reductie in dodelijke ongevallen met auto’s. Berijders van gemotoriseerde tweewielers (hierna alleen: motorrijders) volgen deze trend niet; hun dodelijke ongevallen namen met maar 2% af. Motorrijders liepen een 18% grotere kans dodelijk te verongelukken dan de inzittende van een auto. Een van de mogelijke tegenmaatregelen is de introductie van assistentiesystemen voor motorrijders.

 

Penumaka et al verdeelden de ongevalscenario’s die ze in MAIDS vonden in 5 groepen scenario’s, die zij “Merged Accident Scenarios”of MAC’s noemden. Deze 5 scenario’s maken 85% van de datatset uit die men bestudeerde. Zie de figuur hiervoor.

 

  • MAC1: frontale botsing, zowel op kruispunten als daarbuiten,
  • MAC2: beide voertuigen rijden rechtdoor op een kruising en botsen daar,
  • MAC3: de motorrijder steekt de kruising recht over; de auto slaat links- of rechtsaf,
  • MAC4: de motorrijder steekt een kruising recht over; de tegemoetkomende auto slaat af,
  • MAC5: de motorrijder rijdt rechtdoor; de auto beweegt naar links of rechts en botst tegen hem aan.

 

Voorbeeld van een ongeval in het MAC2 scenario.

De boodschap is dat het bijzonder effectief is om vóór een kruising snelheid te reduceren tot onder het toegestane maximum ter plaatse. Bron: YouTube kanaal van TAC Victoria.

 

Penumaka et al vonden dat de meest voorkomende vormen van menselijk falen hierbij waren:

  1. waarnemingsfouten: falen bij het visueel waarnemen van het voertuig waarmee even later gebotst werd,
  2. fout bij het interpreteren van wat werd waargenomen van de (aanstaande) botspartner;
  3. uitvoeringsfout: na het waarnemen van de scene en begrijpen wat er gebeurde; een fout bij het juist- of volledig uitvoeren van een noodmanoeuvre.

 

Noodremming

In bijna 50% van de ongevallen kwam de motorrijder tot een remming. In slechts 2 van de 245 gevallen realiseerde de motorrijder daarbij een snelheidsvermindering van meer dan 75% voor het tot de botsing kwam. In minder dan 10% van de gevallen was die snelheidsvermindering meer dan 50%.

 

Uitwijkmanoeuvre

Uitwijken was de tweede meest voorkomende noodmanoeuvre, 14% van de gevallen. In 32% van de gevallen voerde de motorrijder helemaal geen manoeuvre uit.

 

In MAC1 ongevallen waren beginnende motorrijders overgerepresenteerd. In 40% van de gevallen realiseerden ze geen enkele snelheidsreductie. Bij de ervaren motorrijders was dat 25%. Indien het al tot een remming kwam, realiseerden ervaren motorrijders een veel grotere snelheidsvermindering dan beginnende. Penumaka et al vermoeden hier fouten bij het begrijpen van de situatie, die slechts gedeeltelijk worden gecompenseerd door ervaring. Men vond dat de remming en de verdeling van de remkracht over beide wielen onjuist gebeurde.

De beschikbare gegevens duiden op waarnemingsfouten bij de automobilisten; hetgeen voor ons, motorrijders, een maar al te bekend scenario is. Automobilisten hebben om allerlei redenen moeite correct te reageren op de nadering van motorrijders.

 

Het MAC2 scenario wordt gekenmerkt door waarnemingsfouten; 75% van de motorrijders en 90% van de automobilisten voerden geen enkele actie uit voor de botsing. Waar wel remgedrag werd gezien (het voornemen om te beginnen met remmen of hard remmen gevolgd door wielblokkade) kwam men tot de conclusie dat de beschikbare reactietijd wel heel erg kort was en de competentie van motorrijders voor het uitvoeren van een remming gering.

 

In het MAC3 scenario waren autorijders zich grotendeels niet bewust van de nadering van de motorrijder, of ze kwamen er te laat achter. Ook hier vond men veel incompetentie van motorrijders waar het op een noodremming aankomt.

 

Het MAC4 scenario bleek het gevaarlijkst voor motorrijders, in termen van de frequentie en de ernst van opgelopen letsel. In dit scenario bevindt de naderende auto zich nabij het centrum van het gezichtsveld van de motorrijder; hier moet wel sprake zijn geweest van fouten bij het begrijpen van hoe de verkeerssituatie zich zou ontwikkelen: het afslaan door de autorijder werd niet verwacht. Ervaren motorrijders lijken zich meer bewust te zijn van het gevaar van een afslaande tegemoetkomende auto.

 

Het MAC5 scenario komt het meest voor. In bijna een derde van deze gevallen was de motorrijder een auto aan het inhalen. In de gevallen waarin de motorrijder tot een remmanoeuvre kwam, bracht 46% van de ervaren rijders de wielen aan het blokkeren. Geen enkele onervaren motorrijder kwam tot een noodremming, wat de noodzaak toont van gerichte opleiding en training en/of het uitrusten van motorfietsen met apparatuur die de effectiviteit van noodremmingen verhoogt [ABS, al of niet in combinatie met CBS en/of een remassistent, redactie Mosac].

 

In hun aanbevelingen wijzen Penumaka et al er op dat in veel ongevallen de noodmanoeuvre vruchteloos bleek, eenvoudig omdat er onvoldoende reactietijd was. Een vroege en juiste waarschuwing aan motorrijders (door een assistentiesysteem) biedt het potentieel waarnemingsfouten te vermijden.

CBS en ABS zorgen voor een juiste verdeling van de remkracht en een optimale remming zonder wielblokkade. Een MAEB (Motorcycle Autonomous Emergency Braking – automatisch noodremsysteem) kan anticiperen op de reactie van de motorrijder of deze triggeren. ARAS (Advanced Rider Assist System – geavanceerd assistentiesysteem voor motorrijders) kan ongevalrisico tijdig ontdekken er voor waarschuwen; verder kan het de effectiviteit van MAEB vergroten.

 

De waarnemingsfouten van automobilisten zijn, zo vonden Penumaka et al, veelal van het type “ik keek maar zag hem niet”, met als oorzaak beperkte opvallendheid van de motorrijder. Communicatie tussen voertuigen of sensoren op de motorfiets zelf (ze noemen lidar als voorbeeld) kunnen de motorrijder informeren en hun bewustzijn van de verkeerssituatie vergroten.

De ongevalsconfiguraties die Penumaka et al vonden. Bron: Penumaka et al, In-depth investigations of PTW-car accidents caused by human failures
Update website

31 mei 2016

Nieuw: het rapport van het diepteonderzoek van Julie Brown naar ongevallen met motorfietsen is uit, zie 2.1.11. Julie Brown In-depth crash study

13 januari 2015

Nieuw: Diepteonderzoek door Penumaka naar menselijke fouten bij ongevallen tussen auto's en motorfietsen.

22 april 2014

Nieuw: 2.3.10. Elaine Hardy, Northern Ireland Motorcycle Fatality Report 2012, Indepth Study of 39 Motorcycle Collisions In Northern Ireland

4 maart 2014

Nog een nieuw diepteonderzoek naar motorongevallen in Australië: 2.1.12. Monash Universiteit.

4 maart 2014

Nieuw diepteonderzoek in Australië: 2.1.11. Julie Brown van NeuRA.