Do
29
06
2017

Broughton Risico en motieven

 

Broughton, Risk and enjoyment in powered two wheeler use (Thesis)

 

De EU en – bijvoorbeeld - de regering van het VK, hebben doelen gesteld voor de vermindering van het aantal doden en zwaar gewonden in het verkeer. In 10 jaar zouden die aantallen moeten verminderen met 50% (EU) en 40% (VK). Hoewel deze doelen niet zijn gehaald, liepen alle ongevalcijfers terug. Alleen motorrijders lieten als enige categorie verkeersdeelnemers een stijging van het aantal doden en zwaar gewonden zien. Het gevolg is dat motorrijders elk jaar weer een groter deel gaan uitmaken van het totaal aantal doden en zwaar gewonden.

 

Er moet worden ingegrepen. Daarbij moet ook naar de motorrijders zelf worden gekeken, gebaseerd op begrip voor hun gedrag. Hun motieven dienen daarmee te worden bekeken. Paul Broughton promoveerde op dit onderwerp.

 

Zijn proefschrift heet voluit:
Paul Stephen Broughton, Risk and enjoyment in powered two wheeler use, Transport Research Institute, Napier University, Edinburgh, 2007

 

Broughton’s proefschrift is een buitengewoon dikke pil, 470 bladzijden, maar de moeite waard om eens door te nemen! Als je in je vak veel met de risico's van motorrijden te maken hebt, dan is dit werk van Paul Broughton een must; zeer informatief!

 

Je kunt het inzien en downloaden op Broughton’s website: Owl Research.

 

Motorrijden lijkt meer verbonden met hedonistische motieven dan praktische of functionele. Daarom behandelt Broughton psychologische literatuur ter zake.

 

Procedureel geheugen
Geheugen kan verdeeld worden gezien in impliciet en expliciet geheugen. Expliciet- of procedureel geheugen is geen geheugengebied, meer een verzameling geheugentaken. Deze taken zijn gebaseerd op motorische vaardigheden, zoals zwemmen, fietsen en motorrijden. Deze vaardigheden leert men aan door ervaring of door training. Procedureel geheugen wordt ook wel spiergeheugen genoemd.,omdat het vaak lijkt dat de spieren weten welke beweging uit te voeren, zonder sturing van het bewuste of expliciete geheugen. Is een handelingsvolgorde, een reeks handeling eenmaal aangeleerd, dan kan die volgorde automatisch, snel en efficiënt worden uitgevoerd. Moet een complexe handelingsvolgorde, zoals vele aspecten van motorrijden, worden aangeleerd, dan kan deze worden gesplitst in subtaken, die eerst bewust worden geoefend en vervolgens geautomatiseerd. Motorrijden en leren motorrijden kan worden vergeleken met sporten als honkbal en tennis. Principes van sport coaching en –training kunnen worden toegepast op (leren) motorrijden.

 

Motorrijder training
Bij veel motorongevallen speelt incompetentie in het uitvoeren van noodmanoeuvres en bochten rijden een belangrijke rol. Door training en voortgaande oefening kan hier iets aan gedaan worden. Helaas toont onderzoek aan voortgezette opleiding tot een grotere ongevalkans leidt.Als training van vaardigheden alleen niet tot een daling van het aantal doden en zwaar gewonden leidt, hoe moet het dan? Hatakka (2002) stelt een vierlaagse hiërarchie voor als volgt:
4. Doelen voor het leven en vaardigheden voor het leven
- belang van motorrijden voor eigen ontwikkeling,
- vaardigheden in zelf controle,
3. Doelen en context van motorrijden
- doel, omgeving, sociale context, gezelschap
2. Verkeerssituaties oplossen
- aanpassen aan de eisen van verkeerssituaties
1. Rijvaardigheden
- controle snelheid, richting en plaats.

 

De grote meerderheid van rijbewijsopleidingen concentreert zich op de lagen 1. en 2: voertuigbeheersing en het oplossen van verkeerssituaties. Voortgezette rijopleidingen spelen zich af op niveau 1 voor zover op een afgesloten terrein wordt geoefend en op laag 2 waar op de openbare weg inzicht bijbrengt van het gedrag van ander verkeer en leert het gedrag daarop aan te passen. De opleidingsschema’s die zich op deze twee lagen afspelen kunnen kandidaten kwetsbaarder maken door ze, naar hun eigen gevoel, op een hoger niveau van vaardigheden te brengen.
Daar wil niet mee gezegd zijn dat training op deze niveaus niet gegeven zou moeten worden. Deze vaardigheden zijn essentieel voor de veiligheid. Vaardigheidstraining dient te worden getemperd door mede nadruk te leggen op de “doelen en context van motorrijden”.

 

Moeilijkheid van de taak
De risico homeostase theorie van Wilde verklaart verkeersgedrag vanuit het streven van de verkeersdeelnemer naar het niveau van risicobeleving waar hij zich prettig bij voelt. De verkeersdeelnemer voorspelt voortdurend de ongevalkans en vergelijkt deze met het gewenste risiconiveau en past als beide niet gelijk zijn het gedrag aan.

 

Broughton noemt een andere theorie, van Fuller (2005), die stelt dat bestuurders niet onbewust een gewenst risiconiveau handhaven, maar eerder dat ze de moeilijkheid van de rijtaak constant wensen te houden. Fuller definieert die moeilijkheid als het dynamische evenwicht tussen de eisen van de rijtaak en de competentie van de bestuurder. Is de verkeerstaak makkelijker dan de competentie van de bestuurder aankan, dan heeft de laatste de volledige controle. Overtreft de verkeerstaak die competentie, dan treedt voor dat deel controleverlies op, met als gevolg vermindering van de prestaties, een “leermoment” of een ongeval. Naarmate de verkeerstaak de competentie meer overschrijdt zullen belangrijkere deeltaken, zoals het visuele scangedrag, daaronder lijden. De zwaarte van de verkeerstaak hangt af van een veelheid aan factoren, zoals de route, de motorfiets, de interacties met andere weggebruikers. Veel onderzoekers zien snelheid hier als de belangrijkste factor: hoe sneller je rijdt, hoe zwaarder de verkeerstaak en hoe groter de kans op een ongeval.

 

Broughton geeft het volgende overzicht van de verkeerstaken voor een autorijder.

Strategisch niveau:
keuze activiteit; vervoerssoort en vertrektijd; kies route alternatieven en vertrektijd.
Navigatietaak:
Vind en volg de gekozen of veranderde route, identificeer en gebruik herkenningspunten en andere aanwijzingen.
Wegtaak:
Kies en handhaaf plaats op de weg.
Verkeerstaak:
Voortgang blijven maken maar risico beperken.
Verkeersregels:
Je aan de verkeersregels en –tekens houden.
Controletaak:
Voertuig juist bedienen als nodig voor de omstandigheden.
Secundaire taak:
Gebruik apparatuur (navigatie, telefoon, radio, DVD) niet ten koste van andere taken.
Snelheidstaak:
Snelheid passend bij de omstandigheden kiezen.
Humeurtaak:
Eigen subjectieve welbevinden handhaven, verveling en stress vermijden.
Competentietaak:
Eigen competentie handhaven: alcohol, drugs, vermoeidheid, afleiding.

 

Risico
Risico wordt op vele manieren gedefinieerd, bijvoorbeeld als:
De kans op letsel, schade of verlies. Risico nemen betekent een activiteit ondernemen of nalaten, hetgeen tot letsel, schade of verlies kan leiden.
Of als:
De kwantitatieve of kwalitatieve uitdrukking van mogelijk verlies die zowel de kans dat een gevaar schade zal aanrichten, als de gevolgen van die gebeurtenis in aanmerking neemt.

In de laatste definitie kan risico mathematisch worden gedefinieerd als:

 

           R=f(Kans,Gevaar)

 

Of: risico is een functie van de grootheden Kans en Gevaar.

 

Een gevaar (Engels: Hazard) kan worden gedefinieerd als: Een bron van gevaar (Engels: Danger) met het potentieel ziekte, letsel of dood te veroorzaken aan mensen of schade aan een object of het milieu.

‘Risico’ en ‘Gevaar’ zijn dus verschillende begrippen. Een gevaar kan van risico worden onderscheiden als specifiek, als omschreven in absolute termen (een vrachtauto, een noodstop, de avondspits, elektriciteit, scherp mes). Een gevaar kan schade aanrichten, terwijl risico de waarschijnlijkheid uitdrukt dat schade zal worden aangericht en wordt meestal gekwalificeerd door een uitdrukking van de omvang van de schade.

 

Voor een beginnende motorrijder is het risico van rijden op een natte weg groter dan het risico voor een goed getrainde motorrijder van de politie die over delfde weg rijdt wanneer het droog is. De kans dat iemand iets zal overkomen neemt toe met de blootstelling; hoe meer tijd je bent blootgesteld aan een risico, hoe groter de kans dat het gevaar zich zal realiseren. Het risiconiveau, de grootte van het risico, kan worden verminderd door (1) de kans op een incident te verlagen, (2) de blootstellingtijd te verkorten of (3) de potentiële gevolgen te reduceren. Risico is dynamisch, veranderend met de omstandigheden. Het is immers een combinatie van de waarschijnlijkheid dat een gebeurtenis zich zal voordoen, de aard van het gevaar en de waarschijnlijke ernst van de gevolgen als die gebeurtenis zich zou voordoen.

 

Risico nemen
Risico inschatting is deel van ons dagelijks leven. Kunnen we de weg oversteken? Zal ik deze boterham met pindakaas eten? Zal ik in de buurt van een kerncentrale gaan wonen?

 

Meestal passen we vuistregels toe om risico’s in te schatten. De uitslag is meestal niet goed omdat het waargenomen risico sterk afwijkt van het werkelijke. We hebben een algemene oriëntering tegenover risico: onze houding kan neigen naar het nemen van risico (risicogeneigdheid) of naar het vermijden ervan (risicoafkeer). Dit zijn houdingen, geen gedrag. Houdingen gaan aan gedrag vooraf.

Een risicozoekende houding is een belangrijke factor bij het ontstaan van ongevallen; motorrijders die bij ongevallen betrokken raken nemen vaak meer risico. Mannen zijn meer geneigd risico te nemen dan vrouwen. Emoties kunnen het nemen van risico’s beïnvloeden; hierin verschillen mannen van vrouwen. Mannen nemen bij boosheid en vrouwen nemen bij afschuw meer risico’s. Als het risico van een activiteit afneemt, zo luidt een theorie over risicocompensatie, zal men compenseren om het risico constant te houden. Bij autorijders is dat genoegzaam aangetoond. Door gordels, ABS en airbags wordt de kans te overlijden bij een ongeval kleiner. Autorijders gaan bijvoorbeeld harder rijden, houden een kortere volgafstand aan en nemen meer risico’s bij inhalen

 

Sensatiezucht
Een van de factoren die vaak wordt geassocieerd met motorrijden en de daarmee gepaard gaande risico’s is sensatiezucht. Zuckerman (1991) omschrijft het als: de behoefte aan gevarieerde, nieuwe en complexe sensaties en ervaringen en de bereidheid daar fysieke en sociale risico’s voor te nemen.

Uit een onderzoek bleek dat maar 4,6% van de onderzochten een hoge risicodrempel hadden, terwijl ze wel bij 25,3% van de ongevallen betrokken waren. Ander onderzoek vond dat sensatiezoekers kortere volgafstanden aanhielden.

 

Sport psychologie en coaching
Motorrijden heeft zo veel overeenkomsten met sporten dat Broughton motorrijden ook in dat licht behandelt. Het leveren van prestaties is een belangrijke motivatie voor een sporter, waarbij twee componenten worden gezien: het motief succes te benaderen en het motief mislukking te vermijden.

Gevaarherkenning is van essentieel belang voor wegverkeer, dat betekent dat aandachtmanagement een belangrijke vaardigheid is. Aandacht is ook belangrijk in sport. Aandacht kent een beperkte capaciteit. Deze beperking kan worden omzeild door vaardigheden te automatiseren. Automatische processen worden niet beperkt door aandachtcapaciteit. Voor automatiseren is oefening nodig. Met meer oefening kunnen sporters bijvoorbeeld spelsituaties en de uitkomst daarvan leren voorspellen en daar hun voordeel mee doen. Het oefenen van handelingen leidt tot betere prestaties, maar alleen als dat op de juiste manier wordt gedaan. Hier heeft de coach een taak.

 

De coach corrigeert slechte gewoonten voordat ze kunnen worden geautomatiseerd. In het Engelse taalgebied wordt wel gesteld dat een sportman goed presteert als “the four C’s” worden toegepast. Dat zijn (in het Engels: concentration, confidence control en commitment) concentratie, zelfvertrouwen, controle en commitment. Voorstelling kan hier helpen. De sportman stelt zich het uitvoeren van zijn handelingen voor en verbeeldt zich dat dat correct en succesvol gaat. Deze techniek kan, wanneer goed toegepast, de prestaties verbeteren en het aanleren van vaardigheden helpen. Zelfpraat (self talk) kan tijdens het sporten worden gebruikt om de aandacht gefocust te houden.

 

Broughton onderzoekt de drijfveren die motorrijders deden besluiten op de motor te stappen, hoewel bekend is dat motorrijden een zeer gevaarlijke manier van vervoer is. Hij zoekt het antwoord op de volgende vragen:
- wie rijden motor en waarom?
- wat zijn de doelen van motorrijden en proberen motorrijders die te bereiken?
- hoe verhouden die doelen zich tot risico?
- hoe kan begrip van die doelen gebruikt worden om motorrijden veiliger te maken?

 

Wie
In tegenstelling tot de heersende mening dat motorrijders gevaarlijk en onverantwoordelijk zijn, vond Broughton toch een gemiddelde profiel van middelbare leeftijd, met verantwoordelijke banen en met een redelijk inkomen. De snelste motorfietsen worden niet door “jonge rebellen” gereden, maar door rijders van middelbare leeftijd.

 

Waarom
Woon-werkverkeer is hier een belangrijke, waarbij het grootste deel, 58%, van de rijders dat doet omdat ze het leuk vinden, 36% geeft aan dat het de makkelijkste manier van vervoer is (files, parkeren) en 6% geeft aan dat de motorfiets het enige middel van transport is. Bijna alle motorrijders gaan (ook) op pad voor een recreatieve rit. Meer dan de helft, 55%, gaat alleen op pad, 32% doet dat met vrienden en 10% gaat mee in een georganiseerde groep. De meeste motorrijders geven aan motorrijden leuk te vinden om de eigenschappen die met plezier te maken hebben: vrijheid en gemak. Men zoekt en vindt ook plezier in de hoge risiconiveaus waarmee motorrijders geconfronteerd worden.

 

Wat geeft plezier?
Proeven wezen uit dat plezier in het motorrijden niet sterk correleert met risico (weinig plezier bij groot risico), maar meer met het matchen van de moeilijkheid van de taak met eigen vaardigheden. Het bereiken van een staat van “flow” wordt als bijzonder plezierig ervaren. Motorrijders zoeken uitdagingen, maar willen gevaarlijke situaties vermijden. Motorrijders rijden ondanks het risico, niet omdat er risico’s zijn. Plezier heeft men in de omgeving en het landschap, uitdagingen (een mooie bocht met zichtbeperkingen), bochten, snelheid (het gas open op een recht stuk) en inhalen (ja, er zijn tegenliggers, maar mooie inhaalkansen zat).

 

Risico en plezier
Broughton vond dat in het algemeen plezier toeneemt naarmate het risico stijgt, totdat een top wordt bereikt. Als daar voorbij het risico verder stijgt, neemt het plezier snel af.
 

Afbeelding naar een voorbeeld uit het proefschrift van Broughton

 

Binnen de groep motorrijders kun je onderscheid maken tussen “risicozoekers” en “risicomijders”. Het verschil tussen beide is de plaats van de top van de grafiek. Bij risicozoekers ligt deze wat verder naar rechts en hoger dan bij risicomijders.

 

Moeilijkheid van de taak
Het onderscheiden van subtaken binnen de rijtaak, zoals hiervoor weergegeven voor een autorijder, moet er voor een motorrijder wat anders uitzien. Beide vervoersoorten verschillen in sommige opzichten immers aanzienlijk. Motorrijders hebben wat minder apparatuur te bedienen. Gevaarherkenning is voor de kwetsbare motorrijder veel belangrijker dan voor een automobilist. Het krijgt daarom een aparte plek.

 

Strategisch niveau:
keuze activiteit; vervoerssoort (toch liever de bus als het sneeuwt?) en vertrektijd; kies route alternatieven en vertrektijd.
Navigatietaak:
Vind en volg de gekozen of veranderde route, identificeer en gebruik herkenningspunten en andere aanwijzingen.
Gevaarherkenning:
Ontdekken van gevaren
Wegtaak:
Kies en handhaaf plaats op de weg. Pas aan naar aard of toestand van het wegdek.
Verkeerstaak:
Voortgang blijven maken maar risico beperken.
Verkeersregels:
Je aan de verkeersregels en –tekens houden.
Controletaak:
Voertuig juist bedienen als nodig voor de omstandigheden.
Secundaire taak:
Hou vizier schoon, laat het niet beslaan, zwaaien naar andere motorrijders, bediening apparatuur (navigatie, handvatverwarming, ruithoogte verstellen) niet ten koste van andere taken.
Snelheidstaak:
Snelheid passend bij de omstandigheden kiezen.
Humeurtaak:
Eigen subjectieve welbevinden handhaven, verveling en stress vermijden.
Competentietaak:
Eigen competentie handhaven: alcohol, drugs, vermoeidheid, afleiding.

 

Broughton vond het plezier sterk toeneemt naarmate de taak moeilijker wordt. Overschrijdt de moeilijkheid van de taak een bepaalde drempel, dan daalt het plezier zeer snel met verdere toename van die moeilijkheid. Bij risicomijders is de top van de pleziercurve meer gespreid, over een breder moeilijkheidsbereik.Risico werd gevonden waar motorrijders voelden dat ze niet de volle controle hadden. Plezier heeft een adrenaline-element, waar snelheid een grote rol speelt en een element van uitdaging als de motorrijder zich één voelt met de motor terwijl hij de uitdagingen van een bochtige weg aangaat.

 

Motorrijders – automobilisten
Broughton vindt aanmerkelijke verschillen tussen motorrijders en automobilisten waar het gaat om risico en plezier. Voor een automobilist daalt het plezier als het risico toeneemt. Voor een motorrijder stijgt het plezier met het risico tot een bepaalde piek. Neemt het risico daarna verder toe, dan daalt het plezier sterk. Automobilisten gaan langzamer rijden als het risico toeneemt; zo’n relatie wordt bij motorrijders niet gezien.

 

Flowmodel. Naar een voorbeeld in het proefschrift van Broughton

 

Competentie en im- en expliciet geheugen
In het flowmodel is te zien hoe de moeilijkheid van de taak en plezier correleren. Zodra de moeilijkheid een drempel overschrijdt, wordt het leuker en de verveling die hoort bij een makkelijke taak, neemt af. “Flow” treedt op juist voordat de taak de grenzen van de competentie van de motorrijder nadert. Onderzoekers menen dat, wil flow kunnen optreden, de desbetreffende activiteit uitsluitend automatisch dient te verlopen, op basis van het impliciete- of ook wel spiergeheugen. Anderen brengen daar tegenin dat – zeker waar het om motorrijden gaat – enige bewuste inspanning, of gebruik van het expliciete geheugen, nodig blijft voor gevaarherkenning. Wanneer een motorrijder vooral “op de automaat” rijdt, moeten beslissingen over potentieel gevaar snel gemaakt worden doordat de gevaarstimulus een schema triggert die tot een automatische handeling leidt. Komt de gevaarstimulus niet overeen met een van de beschikbare schemata, dan is een hoger, meer bewust niveau van informatieverwerking nodig. De mate van automatisch rijden zal afnemen, en daarmee de competentie van de rijder. De competentie neemt immers toe naarmate een groter deel van de rijtaak automatisch kan worden afgehandeld. De rijtaak kan de competentie van de motorrijder overtreffen

 

Moeilijkheid van de taak en ongevallen
Controleverlies in een bocht is een algemeen voorkomende oorzaak van motorfietsongevallen. Ongevalrapporten melden een dergelijk ongeval in de orde van 10% van alle gevallen. Het rijden van bochten vormt een belangrijke factor voor de op flow gebaseerde ‘plezier gebaseerd op uitdaging’. Motorrijders zullen proberen de moeilijkheid van de bocht te vergroten tot deze hun competentie nadert. Maakt de rijder in die toestand een fout in het schatten van de eigen competentie of de moeilijkheidsgraad van de bocht, dan resulteert controleverlies. Hetzelfde gebeurt als de moeilijkheidsgraad van de bocht door een externe factor groter wordt, zoals door een fout van een medeweggebruiker

 

Een andere geregeld voorkomende manoeuvre die tot een ongeval leidt is inhalen, 10-14% van de gevallen. Bij inhalen gaat het om ‘op adrenaline gebaseerd plezier’. Hierbij is snelheid een belangrijke factor. Door het exorbitante acceleratieniveau van motorfietsen wordt bij een inhaalmanoeuvre makkelijk zó hard gereden, dat de moeilijkheid van de taak de competentie van de motorrijder te boven gaat. Begrip ontwikkelen voor de manier waarop motorrijders plezier in deze activiteit krijgen en hoe ze de risico’s inschatten is een belangrijke stap in het achterhalen van hun doelen. Koppelt men dit begrip aan de moeilijkheid van de taak, dan kan men mogelijke oorzaken voor motorongevallen achterhalen.


Gedrag en individuele kenmerken
De demografie van de rijder heeft invloed op de manier waarop hij reageert op verschillende scenario’s. Jonge rijders zoeken meer plezier gebaseerd op een adrenaline-ervaring, terwijl oudere plezier beleven aan het gebruik van hun vaardigheden. Dit kan (voor een deel) verklaren waarom jongeren meer gelegenheden zien om in te halen en hard te rijden dan ouderen. Motorrijders kunnen worden ingedeeld naar hun risicotolerantie in zij die risico vermijden, risico aanvaarden en zij die risico opzoeken. Het gedrag van een motorrijder wordt beïnvloed door de manier waarop hij op risico reageert: risicozoekers hebben plezier in risico terwijl zij die risico accepteren een zeker risiconiveau tolereren zodat ze plezier kunnen beleven aan het aanspreken van hun vaardigheden. Dit doet duidelijk denken aan het idee van “flow”. In het zoeken van uitdagingen voor hun competentieniveau kunnen motorrijders situaties tegenkomen die hun competentie te boven gaan. Hoewel motorrijders fysiek buitengewoon kwetsbaar zijn kunnen de aantallen doden en ernstig gewonden worden verminderd door gedrag aan te passen. Ongevalstatistieken zijn nuttig om vast te stellen waar, hoe en waarom ongevallen gebeuren. Willen we de aantallen en de ernst van ongevallen reduceren, dan moeten we naar het gedrag van motorrijders kijken. Daarvoor dienen we meer te weten zien te komen over de doelen van motorrijders, hun houding tegenover risico, waar ze plezier aanbeleven.

Broughton adviseert maatregelen te richten op specifieke problemen van motorrijders, gericht op identificeerbare subgroepen. Maatregelen dienen te zijn gericht op het reduceren van risico’s zonder het plezier dat motorrijders hebben te verminderen.

Update website

31 mei 2016

Nieuw: het rapport van het diepteonderzoek van Julie Brown naar ongevallen met motorfietsen is uit, zie 2.1.11. Julie Brown In-depth crash study

13 januari 2015

Nieuw: Diepteonderzoek door Penumaka naar menselijke fouten bij ongevallen tussen auto's en motorfietsen.

22 april 2014

Nieuw: 2.3.10. Elaine Hardy, Northern Ireland Motorcycle Fatality Report 2012, Indepth Study of 39 Motorcycle Collisions In Northern Ireland

4 maart 2014

Nog een nieuw diepteonderzoek naar motorongevallen in Australië: 2.1.12. Monash Universiteit.

4 maart 2014

Nieuw diepteonderzoek in Australië: 2.1.11. Julie Brown van NeuRA.