Vr
18
08
2017

Vlakveld risicoperceptie trainbaar!

 

Het begint zo langzamerhand duidelijk te worden dat simulatortraining zou kunnen helpen bij het aanleren van risicoperceptie. Ook in Nederland gaan de neuzen langzaam in een richting waarbij risicomanagement in de rijopleiding wordt aangeleerd en getraind in een simulator, waarna het CBR de kennis en kunde ter zake examineert, uiteraard óók in een simulator.

 

Het wachten is op onderzoek waaruit blijkt dat simulatortraining in de opleiding leidt tot verbetering van de verkeersveiligheid op langere termijn bij de doelgroep. Voor dit laatste is onderzoek nodig waarbij groepen examenkandidaten na simulatortraining en het CBR-examen verder worden gevolgd. De hoop is dan dat deze groepen betere ongevalbetrokkenheid tonen dan de rest van de bevolking en/of controlegroepen.

 

Willem Vlakveld van de SWOV deed promotieonderzoek over dat onderwerp en legde de resultaten vast in een proefschrift:

 

Vlakveld, Willem, Hazard anticipation of young novice drivers, assessing and enhancing the capabilities of young novice drivers to anticipate latent hazards in road and traffic situations, SWOV Dissertatiereeks, Leidschendam, Nederland 2011.

 

Je kunt het proefschrift inzien en downloaden bij de SWOV.

 

Als je het proefschrift van Vlakveld vergelijkt met dat van Frank Diete, elders op deze website, dan zul je overeenkomsten vinden. Dat laat zich verklaren door het feit dat Vlakveld veel van zijn werk deed aan de University of Massachussets Amherst in de Verenigde Staten, onder professor Donald Fisher, die zowel Diete als Vlakveld begeleidde bij hun promotie. Vlakveld en Diete werkten ook samen bij Amherst.

 

Gemiddelde ongevalbetrokkenheid van vrouwelijke en mannelijke automobilisten naar leeftijd (Nederland 2004-2009). Bron afbeelding: Vlakveld, Hazard anticipation of young novice drivers, 2011.

 

Met het ongevalrisico van jonge (vooral mannelijke) beginnende bestuurders is het heel erg gesteld. In de figuur zie je dat het risico van vlak na het rijexamen van spectaculair hoog aanvangsniveau blijft dalen tot het voorbij het 30e jaar en 12 jaar rijervaring op “normaal” niveau is aangekomen.

 

De vraag is natuurlijk of deze overrepresentatie het gevolg is van de lage leeftijd (onvolwassen gedrag) of het gebrek aan rijervaring.

 

Ongevalbetrokkenheid van beginnende automobilisten na het behalen van het rijbewijs, van lage leeftijd oplopend naar hogere leeftijden. Trendlijnen. Bron afbeelding: Vlakveld, Hazard anticipation of young novice drivers, 2011.

 

In de figuur is het ongevalrisico weergegeven voor beginnende bestuurders die het rijbewijs haalden op verschillende leeftijden. Opvallend is dat het risico afneemt met het toenemen van de leeftijd waarop men het rijbewijs haalt. Verder valt op dat het ongevalrisico met het toenemen van de ervaring verder daalt naarmate op jongere leeftijd het rijbewijs werd gehaald. Het leeftijdeffect in het ongevalrisico wordt voorgesteld door de lijn “Crash rate at start of driving career”die de ongevalrisico’s aan het begin van de rijcarrière verbindt.

 

Vlakveld meldt dat uit de grafiek volgt dat het leeftijdeffect verantwoordelijk is voor 40% en de rijervaring voor 60% van de daling van het ongevalrisico.

 

Vlakveld had met zijn promotieonderzoek drie doelen voor ogen:
- inzicht krijgen in de redenen waarom jonge beginnende automobilisten in het verkeer minder goed anticiperen op mogelijke gevaren,
- methoden ontwikkelen om gevaaranticipatie te meten en
- een methode ontwikkelen om gevaaranticipatie te trainen.

 

In hoofdstuk 2 vinden we een literatuuronderzoek naar de factoren die het hoge ongevalrisico van jonge beginnende bestuurders mede bepalen, waarbij de nadruk ligt op de factor risicoperceptie. Vlakveld meldt dat er wereldwijd honderden onderzoeken zijn gedaan naar de oorzaken van dat hoge ongevalrisico. De twee hoofdfactoren zijn natuurlijk de leeftijd (onvolwassenheid) en het feit dat rijervaring ontbreekt. Binnen deze twee hoofdgroepen onderscheidt hij weer subcategorieën, zie de afbeelding.
 

Factoren die de ongevalbetrokkenheid van jonge beginnende bestuurders beïnvloeden. Bron afbeelding: Vlakveld, Hazard anticipation of young novice drivers, 2011.

 

Hoofdstuk 2 is zeer lezenswaard als je eens meer wilt lezen en literatuurverwijzingen wilt vinden over de factoren die het ongevalrisico bepalen van – met name jonge beginnende – bestuurders.

In hoofdstuk 3 legt Vlakveld de theoretische basis voor de onderzoeken die hij doet en beschrijft wat hij – voor zijn onderzoek - onder gevaaranticipatie verstaat:

 

Het ontdekken en herkennen van potentieel gevaarlijke verkeerssituaties; voorspellen hoe deze zich zouden kunnen ontwikkelen tot acute gevaren; voelen van de risico’s die worden opgeroepen door die voorspellingen en het kiezen en uitvoeren van handelingen om de gevoelens van gevaar te verminderen en ervoor zorgen dat de veiligheidsmarge groot genoeg wordt om een botsing te voorkomen, mocht het latente gevaar zich tot een acuut gevaar ontwikkelen.
Gevaaranticipatie kan variëren tussen een bewust- en een automatisch proces.

 

Vlakveld wijst er op dat zijn definitie van gevaaranticipatie niet acute gevaren betreft (die alleen reactie zouden vereisen) maar specifiek potentiele, latente gevaren. Zijn onderzoek betreft situaties waarin een gevaar zich zou kunnen ontwikkelen en de handelingen die – mocht dat inderdaad gebeuren – anticiperend de veiligheidsmarges vergroten. Het bekendste prototype van zo’n situaties is het afdekscenario: een object blokkeert het zicht op een weggedeelte en/of ander verkeer dat een gevaar kan inhouden.

 

Een gebrek aan rijervaring leidt er vooral toe dat (nog) onzichtbare latente gevaren niet of niet op tijd worden herkend. De vraag is dan of de benodigde rijervaring versneld kan worden opgedaan in een rijsimulator. Uit het onderzoek dat Vlakveld naar die vraag deed bleek dat dat inderdaad het geval is. De vraag of aldus aangeleerde risicoanticipatie ook beklijft en dus het ongevalrisico voor jaren vermindert is nog niet beantwoord.

 

In de simulator werden deelnemers aangespoord latente gevaren te ontdekken en zich zelf te verbeteren volgens de feedbackmethode “leren van je fouten”. Ongevallen en bijna-ongevallen werden – mede aan de hand van plattegronden van verkeerssituaties - verklaard en instructie werd gegeven over oplossingen. Deze methode zou moeten leiden tot verbetering van het scannen naar latente gevaren in soortgelijke situaties (nabije transfer) en zelfs naar latente gevaren in andere soorten situaties (verre transfer).

 

Bij een test in een geavanceerde rijsimulator toonde de getrainde groep anticiperende blikken in de richting van potentieel gevaar in 84% van de situaties met nabije- en in 71% van de situaties met verre transfer, tegenover 57% resp. 53% bij een ongetrainde controlegroep.

Dit is natuurlijk het belangrijkste deel van Vlakveld’s proefschrift: de conclusie dat gevaaranticipatie in een simulator kan worden aangeleerd.

 

Het wachten is op onderzoek naar de specifieke gevaaranticipatie voor motorrijders, die rekening houdt met hun – vergeleken met autorijders – unieke en kenmerkende problemen en gevaren. We kunnen geen redenen bedenken waarom die specifieke gevaaranticipatie niet ook in een simulator getraind zou kunnen worden. Hooguit kunnen aan een simulator voor motorrijders aanvullende eisen worden gesteld betreffende de kenmerkende motorfietsdynamica.
 

 

 

Voorbeeld van een simulator. Bron afbeelding: Fenshawe College Online, http://www.fanshawec.ca
Update website

31 mei 2016

Nieuw: het rapport van het diepteonderzoek van Julie Brown naar ongevallen met motorfietsen is uit, zie 2.1.11. Julie Brown In-depth crash study

13 januari 2015

Nieuw: Diepteonderzoek door Penumaka naar menselijke fouten bij ongevallen tussen auto's en motorfietsen.

22 april 2014

Nieuw: 2.3.10. Elaine Hardy, Northern Ireland Motorcycle Fatality Report 2012, Indepth Study of 39 Motorcycle Collisions In Northern Ireland

4 maart 2014

Nog een nieuw diepteonderzoek naar motorongevallen in Australië: 2.1.12. Monash Universiteit.

4 maart 2014

Nieuw diepteonderzoek in Australië: 2.1.11. Julie Brown van NeuRA.