Za
16
12
2017

Schrikreactie

 

 

In de inleiding van dit hoofdstuk vertellen we over ons driefasenmodel:

 

In de rode fase is het te laat, een botsing is niet meer te vermijden; je hebt het verloren!
 

In hoofdstuk 1 heb je al kunnen lezen waarom. Veel meer dan een automobilist moeten motorrijders er alles aan doen om een botsing of val te vermijden. Simpel, omdat de gevolgen daarvan veel te ernstig zijn!

 

In de oranje fase kun je je alleen nog redden door een perfecte noodmanoeuvre neer te zetten. Helaas mislukt dat in de praktijk véél te vaak. Wij zien daar drie groepen oorzaken:

  1. In geval van hevige schrik laat ons brein het afweten; in de ‘schrikreactie‘ neemt een primitief deel van ons brein de controle over ons denken en handelen over; normaal nadenken gaat niet meer!
  2. Het berijden van een motorfiets is altijd al lastiger dan autorijden. Juist bij een noodmanoeuvre wordt dat verschil nog veel groter. De rij-eigenschappen van onze tweewielige motorfiets keren zich bij een noodmanoeuvre tegen ons.
  3. De voertuigbeheersing van de gemiddelde motorrijder laat veel te wensen over; en al helemaal in een noodmanouevre.

 

Hier kijken we uitgebreid naar die schrikreactie of overlevingsreflex. Wat is het, wat gebeurt er met je en waarom hebben we er zo’n last van bij het uitvoeren van een noodmanoeuvre?

 

De dader: je amandelkern

 

Een motorrijder geraakt in een noodsituatie. Onverwacht komt een auto van rechts uit een zijweg gereden en stopt dan, half op de weg.

 

Bron foto: Dipl-Ing. Thomas Kramlich, Ergebnisse der Unfallforschung Bremsen mit Motorrädern, GDV Institut für Fahrzeugsicherheit München, 2002

 

De motorrijder schrikt, stampt de achterrem vast en bevriest verder, in groeiend afgrijzen naar het obstakel starend. Hij smakt met een geweldige dreun tegen de auto.

 

Als de motorrijder de voorrem op een goede manier had gebruikt, had hij op tijd kunnen stoppen, of in ieder geval de botssnelheid veel verder verlagen. Als hij bij zijn positieven was gebleven had hij kunnen ophouden met remmen en een uitwijkmanoeuvre beginnen. De auto is immers maar een klein eindje de weg opgereden. De motorrijder had er makkelijk omheen gekund!

 

Waarom deed hij dat niet?

 

De motorrijder is het slachtoffer geworden van de schrikreactie. Hierbij namen primitieve delen van zijn brein het commando over zijn denken en handelen over. Hij bevroor, zat erbij en keek ernaar.

 

Primitieve delen van ons brein
 

Bron afbeelding: internet

 

Binnen in onze hersenen zit een afzonderlijk, evolutionair oeroud brein. Daaromheen ligt, als een schil, ons moderne mensenbrein, de neo-cortex (grieks voor: nieuwe schors). Dat oude brein is ontstaan in een ver verleden, toen onze voorouders nog primitieve zoogdieren waren. Enkele héél oude delen van dat brein stammen zelfs uit de tijd dat onze voorouders nog reptielen waren. Naar de belangrijkste eigenschappen noemt men de twee afzonderlijke breinen ook wel het emotionele brein en het denkende brein. Ze leveren op zeer verschillende manier hun bijdragen aan ons gedrag en aan de manier waarop we het leven ervaren.

 

Met onze neo-cortex, ons denkende brein zijn we ons van onszelf bewust, kunnen we plannen, uitvindingen doen en abstract denken. Hier zetelt ook onze taal. Het emotionele brein controleert alles wat ons psychologische welbevinden regelt en een groot deel van onze lichaamsfuncties zoals hartslag en -ritme, bloeddruk, hormonen, spijsvertering en het immuunsyteem.

 

De twee breinen zijn uitgebreid met elkaar verbonden. Tot voor kort dacht men dat ons moderne denkende brein het oudere emotionele brein volledig overheerst. Dit blijkt niet waar. Elk brein opereert óók op zichzelf, met zijn eigen kenmerkende eigenschappen. In ons gedrag kunnen we voor een groot deel – en soms helemaal - gestuurd worden door ons primitievere, emotionele brein. Een bekend voorbeeld is iemand die “door het lint gaat” en in zijn agressie enorme schade aanricht.

 

Een ander voorbeeld waar we geheel worden gestuurd door ons emotionele brein is de overlevingsreflex of schrikreactie.

 

De schrikreactie

 

Eenvoudig “blijven leven” heeft voor alle levende organismen de hoogste prioriteit. Dat was in de oertijd zo en dat is nu niet anders. Miljoenen jaren geleden ontwikkelden onze voorouders daartoe al een overlevingssysteem. Dat zetelt in een apart deel van het brein. Wij hebben dat overlevingssysteem nog steeds. Bij levensgevaar neemt dat systeem razendsnel de besturing van ons denken en handelen over. Het proces staat ook wel bekend als de vecht-, vlucht- of bevriesreactie. Wij zullen het hier “de schrikreactie” noemen.

 

De amendelkern of amygdala (rood). Bron afbeelding: internet

 

Diep in ons emotionele brein liggen twee kleine structuren ter grootte van een amandel: de amandelkern of amygdala. Dit is het commandocentrum van de schrikreactie. Het houdt, op de achtergrond, de omgeving in de gaten. Als een primitief dier loert het op gevaar, altijd waakzaam. In de amandelkern wordt iedere zintuiglijke indruk zeer snel en automatisch beoordeeld. Daartoe gaat visuele informatie van de ogen via een oeroude verbinding rechtstreeks naar de amandelkern. Dat gaat geheel buiten je bewustzijn om. Je merkt er niets van. De amandelkern vraagt zich voortdurend af “is dat gevaarlijk of is het veilig?”. Of nog primitiever: “is dat iets dat ik kan eten, of zal het mij op willen eten?”.

 

Wordt een gevaar waargenomen dan wordt een alarmsignaal afgegeven. Binnen enkele duizenden van seconden worden alle bezigheden van ons moderne denkende brein opgeschort. Zo kan het gehele brein zich meteen concentreren op wat voor het overleven essentieel is.

 

Het eerste commando gaat naar de hersenstam en beveelt de “schrikreflex”. We kennen deze reflex wel: bij een onverwacht hard geluid achter je krimp je ineen. Eventueel hef je beschermend een of beide armen. Je trekt je gezicht in een grimas.
 

Hierna worden delen van het emotionele brein in de “overlevingsrespons” geschakeld. Een reeks van lichamelijke en mentale gebeurtenissen wordt gestart. Om het primitieve dier daarbinnen voor te bereiden op vluchten of om te vechten voor zijn leven. Zo ging het miljoenen jaren geleden. Bij een reptiel dat werd besprongen door een roofdier. En later, bij een chimpansee die werd aangevallen door leden van een andere groep. En zo gaat het nog! Bij de motorrijder die schrikt van een automobilist die onverwacht een kruising opkomt.

 

De schrikreactie bij de mens

 

Het systeem selecteert razendsnel de gepaste reactie. Deze reactie verloopt geheel automatisch.

  1. Is er voldoende lichaamskracht, tijd en ruimte voor een vlucht, dan wordt met alle beschikbare kracht het hazenpad gekozen.
  2. Ziet het systeem dat er geen tijd of gelegenheid voor vluchten is, maar wel voldoende lichaamskracht voor een gevecht, dan wordt het lichaam bliksemsnel klaar gemaakt om te vechten.
  3. Neemt het systeem waar dat er geen kracht, tijd en ruimte voor vluchten of vechten is, dan blijft het lichaam bevroren in de eerste schrikreflex.

 

Een belangrijke stap in de hele schrikreactie is dat delen van ons moderne mensenbrein vrij letterlijk “off-line” gaan. Bewust nadenken is er niet meer bij. Dat gaat te traag; in levensgevaar is snelheid van levensbelang. Het “denkende” deel van je brein komt pas met flinke vertraging weer "on-line" om het commando over de situatie weer over te nemen.

 

In de schrikreactie dumpt het overlevingssysteem een grote hoeveelheid natuurlijke drugs en hormonen in je bloed. Om het lichaam in de hoogste staat van paraatheid te brengen. Je raakt letterlijk “onder invloed” van die stoffen. Je brein en je lichaam reageren en functioneren heel anders dan je gewend bent:

  • de spieren van handen, armen en benen worden aangespannen,
  • de ogen openen zich wijd en de pupillen worden groter; er treedt tunnelvisie op, het vermogen tot visueel volgen gaat verloren. Het overlevingssysteem wil “het gevaar” in het oog blijven houden, het staat geen scannen toe. Je kunt tijdelijk tot 70% van je gezichtsveld verliezen; de omgeving “valt weg”,
  • als het tot actie komt zal deze grof motorisch zijn,
  • het vermogen tot het verrichten van complexe psychomotorische handelingen loopt dramatisch terug: denk aan vingergevoel (remmen) en oog-hand coördinatie (sturen).

 

De schrikreactie bij een motorrijder

 

We hebben nu genoeg informatie om te kunnen begrijpen wat er met een motorrijder gebeurt die in de schrikreactie schiet.

 

Bron foto: internet

 

Als je op een motorfiets gezeten van een plotseling verschijnend obstakel schrikt, valt er weinig te vechten of te vluchten. Het ligt voor de hand dat het overlevingssysteem in een aantal gevallen zal besluiten tot “bevriezen”. We zien dat in de praktijk dan ook veel gebeuren. De motorrijder doet niets en knalt zonder remmen of sturen op het obstakel.
 

We zien dit ook in ongevalrapporten terugkomen.
Het MAIDS rapport meldt dat in ruim 49% van alle gevallen werd geremd, in 16% een uitwijkmanoeuvre werd gekozen en dat in bijna 1/3 van alle gevallen geen enkele noodmanoeuvre werd uitgevoerd. Het rapport meldt niet in welk deel van de gevallen de schrikreactie (wellicht) een rol speelde.
Het HURT-rapport meldt dat in zo’n 32% van de gevallen geen noodmanoeuvre werd geprobeerd. Ook hier geen uitsluitsel over de rol van de schrikreactie.
De Case control study van Haworth meldt dat in 13% van de gevallen de motorrijder helemaal niet had gereageerd op het dreigende gevaar.
Vis, De onveiligheid van motorrijden nader bekeken meldt dat een derde van alle betrokken motorrijders geen enkele noodmanoeuvre heeft uitgevoerd.

 

Besluit het overlevingssysteem tot “vechten” of “vluchten”, dan zal dat bij de motorrijder tot een grofmotorische actie leiden. In de praktijk stampt hij de voetrem vast en/of hakt met alle kracht in de voorrem. In het eerste geval zet hij met het geblokkeerde achterwiel een lang remspoor neer. Verderop zullen we nog uitleggen dat je met alleen een geblokkeerd achterwiel nauwelijks remt. Het gevolg laat zich raden: een botsing met onnodig hoge snelheid. In het tweede geval – een geblokkeerd voorwiel – lig je vrijwel altijd meteen op je gezicht. Je glijdt als een ongeleid projectiel tegen elk obstakel dat zich op je pad bevindt

 

Ook deze gevallen zien we in de genoemde ongevalrapporten terugkomen. In de gevallen waarin wel een noodstop wordt begonnen, gebruikt men veel alleen de achterrem. Wordt de voorrem wel gebruikt, dan komt de motorrijder in onrustbarend groot deel van de gevallen ten val door overberemming. Ook hier melden de rapporten niet of de schrikreactie hier een rol speelt; wij nemen aan dat dat wel het geval is!

 

Oplossingen ?

 

Heb je het zover laten komen dat de schrikreactie intreedt dan heb je het op veel manieren verloren. Je hebt de situatie geheel uit handen gegeven. Juist op een moment dat de situatie gevaarlijk is geworden!

 

Is de toestand dan helemaal hopeloos? Moeten we maar toezien hoe ons primitieve brein in de schrikreactie schiet? Heeft de amandelkern eenmaal het commando overgenomen, dan is het te laat. Pas met enige vertraging komt het denkende brein weer "on-line" het is maar de vraag of dat op tijd gebeurt.

 

Kunnen we dan vóór het zover komt iets doen om te voorkomen dat de schrikreactie een kans krijgt?

 

Ja, we hebben een aantal gereedschappen die we hier kunnen inzetten! Je emotiebrein (en met name de amandelkern) gaat naar alarmfase 1 als er onverwacht iets voor je verschijnt, als je schrikt.

Één manier om de schrikreactie geen kans te geven is daarom: beter visueel scannen. Als je een kruising nadert bekijk je de zijwegen met zwaaien van je blikveld. Het voordeel is dat je een auto zo eerder ziet aankomen. Hij is niet onverwacht meer, je zult niet zo snel schrikken,. Ook op visueel scannen komen we elders in deze website uitgebreid terug.

 

Naarmate je een kruising met grotere snelheid nadert, zul je eerder schrikken van zaken die zich daar in je nadeel ontwikkelen. De toestand wordt immers sneller kritiek naarmate je harder rijdt. Je amandelkern heeft dat in de gaten.

Een van de taktieken van een slimme motorrijder om de schrikreactie buitenboord te houden is dan ook: snelheid minderen bij het naderen van een situatie. Hoe onoverzichtelijker de situatie (bijvoorbeeld een kruising), hoe meer de snelheid eruit moet. En ook op dit onderwerp, je snelheidsmanagement, komen we nog uitgebreid terug.

 

ABS en de combinatie ABS + CBS

 

Een technische oplossing voor het probleem van “hakken” in de voorrem ligt in de aanschaf van een motorfiets met een modern ABS. Dit voorkomt blokkeren van het voorwiel. Dat heeft minstens drie grote voordelen:

  1. Er wordt optimaal hard geremd over de gehele beschikbare remweg, zodat een botsing wordt vermeden of de botssnelheid zo ver als technisch mogelijk wordt gereduceerd.
  2. Bij een onverhoopte botsing raak je het obstakel rechtop rijdend. Door de werking van het ABS kun je immers nauwelijks ten val komen. Omdat de botspartner in de meeste gevallen een personenauto is, heeft de motorrijder nog de kans over het obstakel heen te duiken.
  3. Een botsing na een val leidt tot ernstiger verwondingen dan een botsing met dezelfde snelheid waarbij nog rechtop wordt gereden.

 

 

Verderop komen we nog uitgebreid terug op de voordelen van ABS.

 

Een CBS (gecombineerd remsysteem) waarbij alleen bediening van de voetrem toch tot maximaal remmen met de voorrem leidt, is een oplossing voor die gevallen waarbij in de overlevingsreflex alleen met de voet wordt geremd. Het laat zich denken dat dit de grofmotorische reactie van de “autorijder” in het brein van de motorrijder op de noodsituatie is.

De hoofddader bij de schrikreactie: je amandelkern. Hier de plaats van beide amandelkernen (rood) binnen het brein. Bron afbeelding: internet.
Update website

31 mei 2016

Nieuw: het rapport van het diepteonderzoek van Julie Brown naar ongevallen met motorfietsen is uit, zie 2.1.11. Julie Brown In-depth crash study

13 januari 2015

Nieuw: Diepteonderzoek door Penumaka naar menselijke fouten bij ongevallen tussen auto's en motorfietsen.

22 april 2014

Nieuw: 2.3.10. Elaine Hardy, Northern Ireland Motorcycle Fatality Report 2012, Indepth Study of 39 Motorcycle Collisions In Northern Ireland

4 maart 2014

Nog een nieuw diepteonderzoek naar motorongevallen in Australië: 2.1.12. Monash Universiteit.

4 maart 2014

Nieuw diepteonderzoek in Australië: 2.1.11. Julie Brown van NeuRA.