Do
14
12
2017

Wulf Factoren opvallendheid

 

Motorrijders, overgerepresenteerd in met name dodelijke verkeersongevallen, zijn de meest kwetsbare groep verkeersdeelnemers. In talloze onderzoeken heeft men de opvallendheid van motorrijders gemanipuleerd om daar iets aan te doen. Wulf c.s. bespreken deze onderzoeken en wijzen factoren aan waar nog aandacht aan moet worden besteed [het onderzoek van Wulf c.s. speelde in 1989; sindsdien is een hoop gebeurd natuurlijk, redactie Mosac.eu]. Het gaat daarbij om het falen van het informatieverwerkingsproces, zowel bij de motorrijder als bij de botspartner.

 

Het rapport van Wulf c.s.:
G. Wulf, P.A. Hancock, and M. Rahimi, Motorcycle Conspicuity: An Evaluation and Synthesis of Influential Factors, Journal of Safety Research, Vol. 20, pp. 153 – 176, 1989

 

kun je door googelen op het internet vinden, bijvoorbeeld hier

 

In 67% van alle meerzijdige ongevallen met motorrijders verleende de botspartner hem geen voorrang of liet hem niet voorgaan. Van de personen die bij deze ongevallen werden gewond of gedood was 93% de motorrijder of zijn passagier. Na het ongeval verklaart de botspartner desgevraagd de motorrijder niet of te laat te hebben gezien. In een aantal gevallen was dit te wijten aan afdekking van het beeld van de motorrijder.

 

Wulf c.s. halen onderzoek van Williams en Hoffman aan die vonden dat in 64,5% van de meerzijdige motorrijders ongevallen de zichtbaarheid van de motorrijder een bijdragende rol speelde en in 21% zelfs de enig aanwijsbare oorzaak was.


Verder halen ze een onderzoek van Smith uit 1974 aan die vond dat dit type ongeval overdag 5 keer zoveel aan de botspartner te wijten viel en ’s nachts 3,6 maal zoveel. Andere onderzoekers melden ook dat dit probleem ’s nachts minder sterk speelt dan overdag, wat er volgens Wulf c.s. op lijkt te wijzen dat de opvallendheid van de motorrijder overdag een grote rol speelt bij het ontstaan van ongevallen.

 

Fouten in het informatieverwerkingsproces bij de automobilist

Oorzaken en factoren bij ongevallen waarbij automobilisten de voorrang van een naderende motorrijder schenden kunnen in elk stadium van het informatieverwerkingsproces bij die automobilist worden gezocht.

 

Ontdekken
De ontdekking van een object komt typisch tot stand in de periferie van het gezichtsveld. Een saccade van het oog brengt het object vervolgens in het foveale gezichtsveld voor meer grondige bestudering. De kans dat een object perifeer wordt ontdekt en vervolgens foveale aandacht krijgt neemt toe met de opvallendheid ervan. Een object wordt eerder ontdekt naarmate het groter, meer helderheid heeft en de kleur meer contrasteert met de achtergrond.
Overdag vergroten verschillende vormen van verlichting (dimlicht, running lights) de mate waarin een motorrijder opvalt, evenals witte kuipdelen aan de voorkant. Fluorescerende gekleurde jas en helm vergroten de opvallendheid, maar niet tegen alle achtergronden. In het donker vallen twee extra lampen naast het dimlicht beter op, maar weer niet zo goed als de twee dimlichten van een auto. Van opzij gezien neemt de opvallendheid toe als de zijkant van beide banden retroreflecterend worden gemaakt.

 

Herkennen
Wordt een motorrijder ontdekt in het verkeersbeeld, dan kan hij vervolgens niet als motorrijder worden herkend en/of zijn snelheid verkeerd worden beoordeeld. De snelheid van een motorrijder zonder koplamp wordt hoger geschat dan die van een motorrijder met dimlicht op. In het algemeen wordt de snelheid van een auto onder alle omstandigheden beter geschat dan die van een motorrijder. Een motorrijder moet bij dezelfde snelheid een langere weg afleggen dan een auto, voordat een zelfde groei van het beeld op het netvlies van de beschouwer optreedt.

 

Beslissingsfase
Is een motorrijder ontdekt en als zodanig herkend, dan dient de automobilist nog een juiste beslissing te nemen. Automobilisten besluiten vóór een naderende motorrijder een kruising op te komen als deze dichterbij is dan ze bij andere auto’s en vrachtauto’s doen.

 

Tijdelijke factoren
Voorbijgaande factoren die het nemen van een besluit door een automobilist beïnvloeden zijn alcoholgebruik, slaap en vermoeidheid, verslapte aandacht of afleiding en overbelasting door informatie uit het verkeersbeeld.
Door alcohol krimpen het deel van het gezichtsveld waaruit nog informatie betrokken kan worden en het deel van het verkeersbeeld waarin visueel wordt gezocht. Fixaties van objecten worden korter en de afstand waarover saccaden worden gemaakt neemt af.
Slaap en vermoeidheid leiden tot dezelfde verschijnselen. Daarnaast wordt er dichterbij gefixeerd en neemt de doeltreffendheid van het perifere zicht af.
De kans dat objecten met geringere natuurkundige opvallendheid, zoals motorrijders, worden gemist of verkeerd beoordeeld, neemt toe.

 

Overbelasting leidt tot wat we “tunnelvisie” noemen, als volgt. Als het visuele informatieaanbod toeneemt (we rijden bijvoorbeeld door een drukke winkelstraat vergeleken met een open en verlaten landweg) is meer inspanning nodig om de relevante informatie uit dat aanbod te destilleren: de gemiddelde fixatietijd neemt toe en daarom neemt het aantal fixaties per tijdseenheid af. De kans neemt toe dat essentiële informatie wordt gemist. Daarnaast leidt de toename van foveale aandacht voor relevante informatie tot vermindering van de hoeveelheid informatie die door de periferie van het gezichtsveld wordt opgepikt. De omvang van het deel van het gezichtsveld waaruit nog wel relevante informatie wordt betrokken neemt af: er treedt tunnelvisie op en de reactietijden nemen toe.

 

Permanente factoren
Meer permanente omstandigheden die het niet ontdekken van een motorrijder kunnen verklaren zijn de cognitieve opvallendheid van de motorrijder, de ervaring van de beschouwer met motorrijders en motorrijden en diens “field dependence”.
Het Engelse “field dependence” (we konden geen goede vertaling vinden, Redactie Mosac.eu) verwijst naar iemands vaardigheid in het ontrekken van relevante informatie uit een verwarrende omgeving: de vaardigheid een object los te zien van de achtergrond. De mate van field dependence ziet ook op het gemak waarmee men visuele informatie verwerkt en op doelmatigheid van het visuele zoekgedrag bij verkeersdeelname. Wulf acht het aannemelijk dat de mate van field dependence van een automobilist een belangrijke factor vormt bij het al of niet makkelijk ontdekken van motorrijders in het verkeersbeeld.
Onderzoek wees een correlatie uit tussen geringe vaardigheden in aandachtmanagement enerzijds en de kans op ongevallen. Het vermogen de aandacht, vooral onder hoge werkdruk, snel te heroriënteren op relevante visuele informatie is van belang voor de verkeersveiligheid. Een belangrijke factor hierbij is de frequentie waarmee men bepaalde gebeurtenissen tegenkomt. Het tegenkomen van motorrijders is een relatief zeldzame gebeurtenis, waardoor een motorrijder wellicht niet wordt waargenomen (het fenomeen van de verwachting). Automobilisten kunnen geconditioneerd zijn te reageren op grotere objecten (auto’s en groter), die ze vaker tegenkomen.
Een tweede factor is hier de potentiële schade van een fout bij het ontdekken van een ander voertuig. De schade en de letselernst bij een ongeval met een motorrijder is voor een automobilist betrekkelijk gering. Het missen van een groter voertuig komt hem op veel grotere schade en kans op letsel te staan. Het ontdekken van motorrijders kan daardoor een lagere prioriteit hebben voor een automobilist.

Update website

31 mei 2016

Nieuw: het rapport van het diepteonderzoek van Julie Brown naar ongevallen met motorfietsen is uit, zie 2.1.11. Julie Brown In-depth crash study

13 januari 2015

Nieuw: Diepteonderzoek door Penumaka naar menselijke fouten bij ongevallen tussen auto's en motorfietsen.

22 april 2014

Nieuw: 2.3.10. Elaine Hardy, Northern Ireland Motorcycle Fatality Report 2012, Indepth Study of 39 Motorcycle Collisions In Northern Ireland

4 maart 2014

Nog een nieuw diepteonderzoek naar motorongevallen in Australië: 2.1.12. Monash Universiteit.

4 maart 2014

Nieuw diepteonderzoek in Australië: 2.1.11. Julie Brown van NeuRA.