Vr
18
08
2017

NHTSA: Remmen in de simulator

 

Hurt meldde al in 1981 dat 83% van de bij een ongeval betrokken motorrijders hun voorrem niet hadden gebruikt onmiddellijk vóór het ongeval. In de 28 jaar tussen het oude rapport en de hier behandelde studie heeft de ontwikkeling niet stilgestaan: motorfietsen worden in toenemende mate uitgerust met ABS en CBS van toenemende technische kwaliteit. De populatie motorrijders is gemiddeld wat ouder geworden: van 28,5 jaar gemiddeld naar 40 jaar gemiddeld. Het aantal motorrijders met een al of niet wettelijk vereiste opleiding is toegenomen.

 

Tijd voor een hernieuwd onderzoek naar het remgedrag van motorrijders, dacht men bij de NHTSA.

 

Het rapport van het onderzoek heet voluit:
J.F. Lenkeit, B.K. Hagoski, A.I. Bakker, A Study of Motorcycle Rider Braking Control Behavior, U.S. Department of Transportation, National Highway Traffic Safety Administration, DOT HS 811 448, March 2011

 

Je kunt het rapport inzien en downloaden op de website van de NHTSA.

 

Men wilde antwoord op bijvoorbeeld de volgende vragen:
- welke rem gebruiken motorrijders in een noodgeval?
- kan er remgedrag worden geïdentificeerd dat de uitkomst van een bepaald noodgeval voorspelt (in termen van: botsing, geen botsing, vallen of niet vallen, wel of geen controleverlies)?
- wordt remgedrag beïnvloed door factoren bij de rijder, zoals leeftijd, ervaring, het motorfietstype dat de voorkeur heeft, genoten opleiding en training?

 

Voor dit project gebruikte men de DRI rijsimulator , aangepast om als motorrijsimulator te worden gebruikt. Er deden 68 motorrijders mee aan deze simulatorstudie. Iedere rijder legde – in de simulator – twee maal een parcours af van 20 tot 30 minuten.
 

 

Voorbeeld van een scène in de rijsimulator. Bron afbeelding: J.F. Lenkeit et al (2011)

 

Het parcours bestond uit een kaarsrechte weg, binnen de bebouwde kom of op de buitenweg, met een aantal kruispunten. De figuur hierna toont de verdeling in het gemiddelde gebruik van de voor- en de achterrem voor alle deelnemers in alle scenario’s.
 

 

Verdeling van het aantal keren remmen over achter- en voorrem. Alle deelnemers en alle proeven. Op de horizontale as staat de verdeling over voor- en achterrem in % van het aantal keren dat werd geremd, van 0% (alleen de achterrem) via 50% (voor- en achterrem even vaak) naar 100% (alleen voorrem). Bron afbeelding: J.F. Lenkeit et al (2011)

 

In één van de scenario’s die men de deelnemers voorschotelde (EB-2, zie de figuur hierna) trok een trailer vrachtauto langzaam op vanuit een zijstraat om de doorgang voor de deelnemer geheel te blokkeren. De timing werd zo geregeld dat met ongeveer 7 m/s/s moest worden geremd. Dat is een pittige remvertraging. Dertig deelnemers lukte dat niet, zodat een botsing volgde.

 

Noodscenario EB-2. Verdeling van het aantal keren remmen over achter- en voorrem. Bron afbeelding: J.F. Lenkeit et al (2011)

 

In een ander noodscenario (UB-4, zie de figuur hierna) nadert de deelnemer een rood verkeerslicht. Op de kruisende weg steekt een hoop verkeer over. Het licht voor de motorrijder springt op groen en het kruisende verkeer stopt, behalve één voertuig, dat het rode licht negeert en vóór de motorrijder de kruising nog oversteekt. Om een botsing te vermijden dient de deelnemer te remmen met een vertraging van 5 m/s2.

 

Noodscenario UB-4. Verdeling van het aantal keren remmen over achter- en voorrem. Bron afbeelding: J.F. Lenkeit et al (2011)

 

In beide noodmanoeuvres gebruikten de meeste deelnemers meer voor- dan achterrem, 60 tot 70%, en enkelen gebruikten alleen de voorrem. Er waren geen deelnemers die met minder dan 30% voorrem remden en er was er geen die alleen met de achterrem remde.

 

Men vond geen correlatie tussen rijderkenmerken zoals rijervaring, leeftijd en motortype aan de ene kant en de verhouding waarin de deelnemer de voor- en achterrem gebruikte aan de andere. Tussen de kans op een botsing en diezelfde verhouding vond men een dermate geringe correlatie, dat deze verhouding geen goede voorspeller voor de kans op een botsing is.

 

Een van de vragen die de onderzoekers wilden beantwoorden was: welke rem gebruiken motorrijders in een noodgeval, voorrem, achterrem of beide?
Hier zien wij, de redactie van Mosac.eu, een zwak punt in het onderzoek. In ander onderzoek naar remgedrag komt telkens naar voren dat de schrikreactie in een echte noodsituatie in het verkeer daarbuiten grote invloed heeft op de manier waarop wordt geremd: er wordt niet geremd, suboptimaal, alleen met de achterrem of er wordt te hard geremd met de voorrem zodat de motorrijder valt en de controle geheel verliest. Het onderhavige onderzoek werd in een laboratorium uitgevoerd. De kans dat het daarbij tot een schrikreactie komt achten wij klein. Daarmee achten wij de waarde van dit onderzoek relatief gering.
 

 

Zitpositie in de DRI riding simulator. Bron afbeelding: J.F. Lenkeit, B.K. Hagoski, A.I. Bakker, A Study of Motorcycle Rider Braking Control Behavior, U.S. Department of Transportation, National Highway Traffic Safety Administration, DOT HS 811 448, March 2011
Update website

31 mei 2016

Nieuw: het rapport van het diepteonderzoek van Julie Brown naar ongevallen met motorfietsen is uit, zie 2.1.11. Julie Brown In-depth crash study

13 januari 2015

Nieuw: Diepteonderzoek door Penumaka naar menselijke fouten bij ongevallen tussen auto's en motorfietsen.

22 april 2014

Nieuw: 2.3.10. Elaine Hardy, Northern Ireland Motorcycle Fatality Report 2012, Indepth Study of 39 Motorcycle Collisions In Northern Ireland

4 maart 2014

Nog een nieuw diepteonderzoek naar motorongevallen in Australië: 2.1.12. Monash Universiteit.

4 maart 2014

Nieuw diepteonderzoek in Australië: 2.1.11. Julie Brown van NeuRA.