Do
14
12
2017

Green Aandachtsblindheid I

 

 

Marc Green, "Inattentional Blindness" & Conspicuity

 

Een automobilist nadert een kruispunt, stopt, kijkt links en rechts en rijdt vervolgens de kruising op, in het pad van een naderende motorrijder. De motorrijder botst tegen de auto en overlijdt.

 

Het bekende filmpje van het Britse ministerie van verkeer illustreert dit probleem goed:

 

 

Video: "Think, take longer to look for bikes", in de Think! campagne van het Engelse ministerie van verkeer, zie Think Road Safety

 

Een verpleegster pakt een injectienaald en een medicijnflesje, kijkt op het label, vult de spuit en en geeft de patient een injectie. Deze krijgt het verkeerde medicijn en overlijdt.

 

Bron foto: internet

 

De piloten van een verkeersvliegtuig zien tijdens de daling een waarschuwingslampje knipperen op hun dashboard. Ze zijn daar beiden zo druk mee dat ze niet zien dat het vliegtuig de grond nadert. Ook horen ze het hoogtealarm niet. Het vliegtuig stort neer en 100 passagiers en bemanningsleden komen om.

 

Bron foto: internet.

 

Deze ongevallen en een groot aantal andere vertonen dezelfde kenmerken: iemand die bezig is met zijn taak neemt niet waar wat er voor zijn of haar neus te zien is. Deze persoon krijgt de schuld van het ongeluk en wordt gestraft. Hoewel het oplucht om zo iemand dom en onvoorzichtig te noemen, schieten we er niet veel mee op. Waarom gebeurt dit soort ongevallen zo vaak? Waarom zien intelligente, goed opgeleide en toegewijde mensen niet wat er voor hun neus gebeurt?

 

Het antwoord ligt in het verschijnsel “aandachtsblindheid”, in het Engels “Inattentional Blindness”. Zoals de naam al aanduidt gaat het om het niet waarnemen van een object omdat de aandacht er niet op is gericht. Hoewel het fenomeen al langer bekend is, dringt de laatst jaren pas door dat het veel meer voorkomt dan men dacht en dat het een van de belangrijkste oorzaken van ongevallen en menselijk falen (Engels: Human Error) is.

 

Marc Green, een Amerikaanse deskundige op het gebied van ergonomie (in het Engels meer: Human Factors), schrijft er op zijn website een overzichtelijk artikel over: "Inattentional Blindness" & Conspicuity

 

Om het ontstaan van aandachtsblindheid te kunnen volgen, moet je uitgaan van een heel tegennatuurlijk idee: het grootste deel van visuele informatieverwerking voltrekt zich buiten ons bewustzijn om! Ons brein wordt via de zintuigen gebombardeerd met enorme hoeveelheden visuele informatie, geluiden, geuren enzovoort. Het gaat om vele Megabit per seconde. Dat kan niet allemaal worden verwerkt. De verwerkingscapaciteit van ons brein is daar domweg veel te klein voor. Als oplossing voor dit probleem hebben we [althans onze verre voorouders tijdens miljoenen jaren evolutie, Redactie Mosac.eu] een selectiemechanisme ontwikkeld dat wij “aandacht” noemen. Je zou de werking van het aandachtmechanisme kunnen zien als een filter, dat binnenkomende informatie snel onderzoekt en er een deel uit selecteert voor verdere verwerking en bewuste waarneming. Let wel: in deze opvatting wordt alle binnenkomende informatie dus onderzocht, onbewust, volledig buiten onze bewuste controle om.


De informatie die niet verder zal worden verwerkt en waar we ons dus niet bewust van zullen worden, gaat verloren, wordt niet opgemerkt en we herinneren ons die niet – we zijn er aandachtsblind voor. Dit ruwe, onbewuste verwerkingsproces, het filter, kunnen we, omdat het zich buiten ons bewustzijn afspeelt, niet onder onze bewuste controle brengen.

 

De beleving van onze eigen waarnemingsprestatie is overigens heel anders. Wij hebben voortdurend de indruk alles om ons heen te zien en te horen. Met die indruk worden we door ons brein om de tuin geleid: het voedt ons bewustzijn met slechts enkele details van de buitenwereld, de rest komt uit ons geheugen of zelfs onze verbeelding.

 

De beperkingen van het fenomeen ‘aandacht’ leiden tot de talloze fouten die in ongevalrapporten terecht komen als “human failure”, “perception failure” en dergelijke. Het MAIDS rapport bijvoorbeeld staat er vol van.

 

Er is veel onderzoek gedaan naar de vele vormen waarin de menselijke aandacht faalt. Er wordt intensief gezocht naar de criteria die het aandachtsfilter gebruikt om te kunnen besluiten wat zal worden verwerkt en het bewustzijn bereikt en wat moet worden geweigerd. Die onderzoeken zijn ontzettend belangrijk voor ons begrip van ongevaloorzaken. Aandachtsblindheid veroorzaakt immers ongevallen wanneer belangrijke informatie wordt weggefilterd. Uit die onderzoeken komt naar voren dat aandachtsblindheid wordt beïnvloed door vier factoren: (1) opvallendheid, (2) mentale belasting, (3) verwachting en (4) capaciteit.

 

1. Opvallendheid
Als je je ogen open hebt zullen van tijd tot tijd objecten los komen van de achtergrond. Zo’n object heeft je aandacht getrokken. Dat kan alleen maar zijn gebeurd omdat dat object andere eigenschappen heeft dan de omgeving ten opzichte waarvan het loskwam. De term ’opvallendheid’ verwijst naar de mate waarin het object in staat is de aandacht van de beschouwer te trekken. Opvallendheid heeft twee kanten: de fysieke eigenschappen van het object en de betekenis die het object heeft voor de beschouwer.

 

Fysieke of zintuiglijke opvallendheid
De zintuiglijke opvallendheid van een object varieert met de natuurkundige eigenschappen ervan. We onderscheiden contrast, helderheid, omvang, beweging en licht, al of niet flikkerend.

 

Veruit de belangrijkste zintuiglijke factor is contrast. We nemen objecten beter waar naarmate ze meer contrasteren met de achtergrond. We zien objecten, niet omdat ze veel of weinig licht onze kant op stralen of weerkaatsen, maar omdat ze contrasteren met de achtergrond. Helderheid (de hoeveelheid licht die een object uitstraalt of weerkaatst) is niet of nauwelijks relevant. Verder worden objecten beter waargenomen naarmate ze groter zijn, bewegen ten opzichte van de achtergrond of flikkeren (allerlei hulpdiensten voeren niet voor niets zwaailichten!).

 

[Overigens veroorzaakt een helder licht in het perifere blikveld een reflex. De waarnemer wendt de ogen naar het licht en fixeert de blik op de bron van het licht. De kans dat een voorwerp wordt gezien in het nu gefixeerde deel van het gezichtsveld neemt toe. Uit onderzoek blijkt dat het voeren van gedimd of groot licht de kans op ontdekking van motorfietsen groter maakt. Het voeren van additionele gekleurde lampen kan de aandacht van automobilisten trekken omdat het nieuw is. In deze zin maakt een brandende koplamp ons motorrijders dus meer (zintuiglijk) opvallend. Redactie Mosac.eu]

 

Rijden met dimlicht vergroot je opvallendheid, maar met een overstralende koplamp maak je het automobilisten moeilijker je afstand en snelheid in te schatten.Bron foto: ANWB ProMotor.

 

De vraag is overigens of een brandende koplamp de motor beter als zodanig herkenbaar maakt en of de eigenschappen van de motor (plaats en snelheid) beter worden ingeschat. Overstraling van het beeld door een te sterk (bijvoorbeeld te hoog gericht) dimlicht bijvoorbeeld neemt andere informatie over de motor weg. Overstraling knipt het beeld in een onderste en bovenste helft. Dit bemoeilijkt herkenning, plaatsbepaling en schatting van de snelheid.

 

Cognitieve opvallendheid
Minstens zo belangrijk, zo niet veel belangrijker voor het trekken van aandacht, is het tweede aspect ervan: cognitieve opvallendheid. We ontdekken objecten omdat ze iets voor ons betekenen.

 

Een typisch voorbeeld is het “cocktailpartyeffect”. Je staat in een café met iemand te praten. Je verstaat wat je gesprekspartner zegt en misschien ben je je bewust van het geroezemoes om je heen. Je brein heeft niet de capaciteit om je gesprekspartner te volgen en daarnaast te horen wat anderen om je heen zeggen. Door je aandacht te richten beperk je je tot één conversatie tegelijk. Je kunt je aandacht richten op het gesprek tussen andere cafébezoekers, maar dan hoor je niet meer wat je gesprekspartner zegt. Als iemand achter je jouw naam zegt, trekt dit automatisch je aandacht, omdat je eigen naam betekenis voor je heeft. Dit gebeurt ook met dingen die je ziet. Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat autorijders die zelf motorrijden of motorrijdende familie of vrienden hebben, een motorrijder in het verkeer eerder zullen ontdekken. Het beeld van de motorrijder heeft betekenis voor ze.

 

Als we de mentale opvallendheid van motoren willen verbeteren dan dienen we overige weggebruikers door voorlichting op onze mogelijke aanwezigheid te wijzen.

 

2. Mentale belasting
Omdat het aandachtsfilter slechts een beperkte informatiestroom doorlaat naar ons bewustzijn is er naarmate we meer aandacht schenken aan één taak, minder ruimte voor andere. Typische taken die aandacht kosten zijn een (handsfree) telefoongesprek voeren, met een passagier praten, naar de radio luisteren, je laten leiden door je navigatiesysteem, dit systeem bedienen, je opmaken in de achteruitkijkspiegel. Veel aandacht kosten ook ergens diep over nadenken en je iets proberen te herinneren.

 

Uiteraard kan ook binnen de op enig moment aangeboden visuele informatie mentale belasting tot aandachtsblindheid leiden, denk maar aan het ongeval dat je aandacht afleidt waardoor je op je voorligger botst.

 

3. Verwachting
Ervaringen in het verleden hebben grote invloed op aandachtsblindheid omdat ze ons leren wat relevant voor ons is, wat we kunnen verwachten. Wat we in een situatie verwachten wordt beter waargenomen. [Hier heeft Green het over "topdown" visuele processen, waarbij wat je ziet wordt bepaald door waar je naar zoekt. Als je hier meer over wilt lezen, zoek op deze website dan op "topdown", Redactie Mosac.eu]. Veel automobilisten zijn niet gewend motorrijders tegen te komen. Ze zijn gewend naar het lage, brede beeld van een auto te zoeken, auto’s komen ze immers veel vaker tegen in het verkeer! Een ervaren autorijder is erop getraind te zoeken naar het verwachte, niet naar wat er werkelijk is!

 

4. Capaciteit
Aandachtscapaciteit, de hoeveelheid (visuele) informatie die we per tijdseenheid kunnen verwerken, varieert per persoon en met de tijd. Drugs, alcohol, vermoeidheid en leeftijd bijvoorbeeld doen deze capaciteit afnemen; er treedt eerder mentale overbelasting en aandachtsblindheid op.

Update website

31 mei 2016

Nieuw: het rapport van het diepteonderzoek van Julie Brown naar ongevallen met motorfietsen is uit, zie 2.1.11. Julie Brown In-depth crash study

13 januari 2015

Nieuw: Diepteonderzoek door Penumaka naar menselijke fouten bij ongevallen tussen auto's en motorfietsen.

22 april 2014

Nieuw: 2.3.10. Elaine Hardy, Northern Ireland Motorcycle Fatality Report 2012, Indepth Study of 39 Motorcycle Collisions In Northern Ireland

4 maart 2014

Nog een nieuw diepteonderzoek naar motorongevallen in Australië: 2.1.12. Monash Universiteit.

4 maart 2014

Nieuw diepteonderzoek in Australië: 2.1.11. Julie Brown van NeuRA.